Pierre Sibbes

Vorig schooljaar werkte Pierre Sibbes in groep 7 van de Trumakkers in Heeze met het taalbeschouwingsmodel van Zin in taal Nieuw. Dit schooljaar koos Pierre op basis van het taalniveau van de leerlingen voor het woordenschatmodel. We vroegen hem naar zijn ervaringen met beide modellen en welke verbeteringen hij ziet ten opzichte van de vorige Zin in taal.

Zin in taal Nieuw biedt je de keuze uit drie werkmodellen:

Je hebt nu zowel met het woordenschatmodel als het taalbeschouwingsmodel gewerkt. Hoe bevalt dat? “Heel goed. Het lesgeven aan de hand van verschillende werkmodellen vind ik een aanwinst ten opzichte van de vorige versie van Zin in taal. Vorig jaar konden de leerlingen op taalgebied meer aan en werkte ik vanuit het taalbeschouwingsmodel. Dit schooljaar heb ik te maken met een taalzwakke groep en dus koos ik voor het woordenschatmodel. Het werken met deze modellen sluit ook goed aan bij het coöperatief leren.”

Wat valt je op aan het taalbeschouwingsmodel?

“De taalbeschouwingslijn heeft een goede diepgang, de leerlingen moeten echt aan de slag. De hele goede leerlingen kunnen hier echt hun ei kwijt door de uitdaging die dit model hen biedt. Maar ook de zwakkere leerlingen in de vorige groep kwamen goed mee. Ik gaf hen wel in een groepje van vier wat extra begeleiding. En omdat de rest van de klas zelfstandig kon werken, had ik daar ook de tijd en ruimte voor.”

Wat valt je op aan het taalbeschouwingsmodel?

“De taalbeschouwingslijn heeft een goede diepgang, de leerlingen moeten echt aan de slag. De hele goede leerlingen kunnen hier echt hun ei kwijt door de uitdaging die dit model hen biedt. Maar ook de zwakkere leerlingen in de vorige groep kwamen goed mee. Ik gaf hen wel in een groepje van vier wat extra begeleiding. En omdat de rest van de klas zelfstandig kon werken, had ik daar ook de tijd en ruimte voor.”

En het woordenschatmodel?

“Daar ben ik zeer over te spreken. Dat blijkt ook wel uit de resultaten. Tot nu toe maken de leerlingen alle toetsen voldoende, terwijl het toch een taalzwakke groep is. De taalresultaten zijn sowieso goed, ook op Cito-niveau. In de woordenschatlijn krijgen de leerlingen veel woorden en uitdrukkingen aangeboden. Dat vind ik goed, zoals ‘kolfje naar zijn hand’ of ‘schering en inslag’. Van die ouderwetse ‘opa en oma’-uitdrukkingen die aangeven dat taal levend is. Er komen woorden bij in onze taal en soms verdwijnen er ook woorden en uitdrukkingen. Kinderen met een goed taalgevoel komen overigens ook prima aan hun trekken in het woordenschatmodel. En ze krijgen af en toe een extra taalbeschouwingsles aangeboden door mij.”

Je maakt dus ook wel uitstapjes naar de andere werkmodellen?

"Je hebt met Zin in taal Nieuw genoeg tijd om je keuzemodel te volgen en er zelfs wat extra lessen uit een ander model aan toe te voegen. We pakken er nu dus naast het woordenschatmodel wat extra lessen taalbeschouwing bij. Dat geldt ook andersom. Ik heb bij het taalbeschouwingsmodel ook wel extra lessen woordenschat gedaan. Bijvoorbeeld omdat het verhaal mij en de leerlingen aansprak of om de woorden die in de les werden aangeboden.”