Karin Bax
Basisschool De Trumakkers in Heeze werkte tot voor kort met de eerste versie van Zin in taal en Zin in taal – spelling. Inmiddels zijn de leerkrachten en leerlingen alweer enige tijd bekend met Zin in taal Nieuw en Zin in spelling. Aan Karin Bax, leerkracht groep 5 en 7, vragen we hoe zij het werken met de vernieuwde methode ervaart.
Vanwaar de overstap naar de nieuwe versie van deze methode?
Vanaf schooljaar 2001-2002 werken jullie met Zin in taal Nieuw. "Enige tijd geleden is onze school afgebrand waarbij al onze materialen verloren zijn gegaan. Dus alles moest weer nieuw worden aangeschaft – meubilair én methoden. Wat de taalmethode betreft hebben we kritisch gekeken en zijn we wéér uitgekomen bij Zin in taal. In 2001 kozen we niet voor niets heel bewust voor Zin in taal. We zochten een methode met duidelijke leerlijnen. En we wilden af van de overschrijflessen en meer beschouwend met taal bezig zijn. Van Zin in taal oud én nieuw vind ik sterk dat meteen helder is wat het doel is van een les. Zowel de leerkracht als de leerlingen zien heel duidelijk waar ze aan werken, waar ze naartoe gaan en waar een lesblok over gaat.”
Hoe ervaar je het werken met Zin in taal Nieuw?
“De punten waar wij bij de vorige versie van Zin in taal onze twijfels over hadden, zijn nu opgelost. Ik vind de keuzevrijheid in werkmodellen heel goed, de methode heeft een heldere structuur en het onderdeel spelling is aanzienlijk verbeterd. Het inslijpen van woorden zit er nu meer in en ook de spellingkaarten zijn overzichtelijk en handig. Verder zijn de lessen spreken/luisteren flink verbeterd en heel populair onder de leerlingen. Ook de verhalen bij woordenschat zijn aansprekend. Wat ik ook sterk vind is dat de onderdelen taal en spelling met elkaar gelijk lopen, we behandelen ze in dezelfde eenheid.”
De keuze in werkmodellen noem je als pluspunt. Waarom?
“De methode is flexibel te gebruiken door de keuze van een werkmodel. Je hoeft niet alle lessen te geven, maar kunt je richten op een specifieke doelgroep. Voor een zwakke woordenschatklas gebruik je het werkmodel woordenschat. Aan een sterkere klas geef je meer lessen taalbeschouwing. Je kunt er ook voor kiezen om een aantal leerlingen uit de groep extra les te geven. Zo volgen vier leerlingen uit mijn groep lessen taalbeschouwing bij de onderwijsassistent. Ze kunnen dat tijdens het zelfstandig werken doen, terwijl de rest van de klas met woordenschat bezig is.”
Als pluspunt noem je ook de heldere structuur van de methode?
“Ja, elk leerjaar bestaat uit tien eenheden en in elke eenheid komen de vijf leerlijnen spreken/luisteren, woordenschat, woordbouw, zinsbouw en schrijven volgens een vaste indeling terug. Dat is heel overzichtelijk. Bovendien kies je zelf of je drie of vier weken met een eenheid werkt.”
Wat maakt de lessen spreken/luisteren zo populair?
“De lessen met vertel- en denkwolkjes uit de vorige versie vonden de kinderen saai. En als leerkracht kwam je ook niet echt toe aan het doel van de les. We voeren nu heel gericht uit wat in de les staat beschreven. De leerlingen komen veel eerder tot een gesprek en vinden de gesprekken ook echt leuk. ‘We mogen weer praten!’, reageren de leerlingen op deze lessen.”
Wat is er nog meer verbeterd in de nieuwe versie?
“De leerlijnen woordbouw en zinsbouw bevatten in de vorige versie lange verhalen. De aandacht ging vooral uit naar lezen en minder naar de oefeningen. Zin in taal Nieuw maakt gebruik van korte teksten en daarna gaan de leerlingen meteen aan de slag met de tekst. Dat is effectiever en de kinderen zijn veel meer met oefeningen bezig.”
“Bij de leerlijn schrijven kunnen de kinderen op hun eigen niveau verhalen schrijven. Ze bedenken wat ze willen schrijven, waarover het verhaal gaat en wie er in het verhaal voorkomen. Het werken met steekwoorden geeft zwakke stellers de houvast die ze nodig hebben om een verhaal te maken.”
“Een ander knelpunt was de manier van toetsen. In de vorige versie was dit nog wel eens tijdrovend en ingewikkeld. Bijvoorbeeld bij de lessen spreken/luisteren was een observatieformulier opgenomen waarvan het invullen ervan ons veel tijd kostte. Dat formulier is nu vervangen door een toets. Bovendien zijn de toetsen beter verspreid over de eenheden.”
De handleiding is op verzoek van leerkrachten aangepast. Een verbetering?
"De vorige handleiding was nogal veelomvattend en liet weinig ruimte voor eigen inbreng. Het was een lange tekst waarin alle aspecten van een les waren opgenomen. Dat is nu uit elkaar getrokken. In de lopende tekst staat nu van introductie tot en met reflectie kort beschreven wat je in de les behandelt. In aparte kaders staat specifieke informatie over hoe je dit moet doen en er worden ook voorbeelden van gegeven. Bovendien bevat de informatie twee naast elkaar liggende pagina’s per les. Dat maakt het allemaal veel overzichtelijker.”