Bert Kouwenberg over Zin in taal Nieuw

Hoe geloofwaardig is het als een auteur van Zin in taal schrijft over zijn ervaringen als leerkracht met diezelfde methode? Dat vroeg ik mij af toen de uitgeverij mij verzocht een artikel te schrijven over mijn praktijkervaringen met Zin in taal Nieuw. Bij nader inzien kan zo’n blik van buitenaf én binnenuit interessant zijn.

Onderwijservaring
Laat ik mijzelf eerst even voorstellen. Ik ben Bert Kouwenberg en mijn onderwijzersloopbaan startte eind jaren zestig. Na twintig jaar onderwijzer te zijn geweest op de De la Reyschool in Den Haag heb ik me tussen 1988 en 2000 bezig gehouden met de ontwikkeling van methoden op het gebied van taal, lezen en wereldoriëntatie. Bij taal en lezen ging het om de leerlijnen spreken/luisteren en leesbevordering.

Weer voor de klas

In 2000 keerde ik terug naar het onderwijs, op dezelfde school waar ik in 1969 begon. Sindsdien werk ik drie dagen in de week in groep 5-6. Mijn verlangen om weer voor de klas te gaan staan had twee oorzaken. In de eerste plaats vond ik het heerlijk om weer les te gaan geven. Daarnaast wilde ik graag ervaren hoe de methoden die ik mede had ontwikkeld in de dagelijkse praktijk functioneerden. Wat betreft Zin in taal heb ik eerst zeven jaar met de oude versie gewerkt en daarna, sinds het begin van het schooljaar 2007-2008 bijna een jaar met de nieuwe versie.

Praktijk als richtlijn voor Zin in taal Nieuw

De aanpassingen in de nieuwe versie van Zin in taal komen voort uit de praktijkervaringen van een groot aantal leerkrachten die met de eerste versie werk(t)en. Op basis van een grootscheeps onderzoek zijn kritiekpunten geformuleerd die dienden als richtlijn voor Zin in taal Nieuw.

De balans opmaken

Met de meeste kritiekpunten kon ik mij, ook als gebruiker, verenigen. Als auteur was ik dus gemotiveerd om mee te werken aan de verbetering van de methode. Zonder de inhoudelijke basis van de vorige versie over boord te zetten. Nu ik bijna een jaar met de nieuwe versie werk, ben ik in staat de balans op te maken. Is de vernieuwde Zin in taal daadwerkelijk een verbetering gebleken?

Spreken en luisteren

Laat ik beginnen met de leerlijn waarvoor ik als auteur rechtstreeks verantwoordelijk ben: spreken/luisteren. Net als in de eerste versie van Zin in taal zijn er drie lessen. Met als facultatieve toevoeging het houden van spreekbeurten en het maken van werkstukken. Ook de tweede les van deze leerlijn is facultatief, een taalbeschouwingsles rond gesproken taal in verhalende teksten.

Praten over het thema

In de eerste les luisteren de leerlingen naar een cd, waarop kinderen uit heel Nederland vertellen over het thema van de eenheid. Vervolgens mogen de leerlingen zelf met elkaar over dit thema van gedachten wisselen. Deze activiteit werd in de oude versie, bleek uit het onderzoek, positief gewaardeerd door leerkrachten en leerlingen. Daarom is deze les in Zin in taal Nieuw gehandhaafd en in praktische zin aangepast en verbeterd.

Luisterroute

Zo wordt het luisteren naar de cd in de nieuwe versie gericht en geleid door de zogenaamde Luisterroute in het taalboek. De gemiddelde luistertijd per item bedraagt twee minuten. Elk item heeft een eigen illustratie en op de cd een eigen track. De leerkracht kan daardoor eenvoudig de cd onderbreken of zelfs een item herhalen. Dit is mede mogelijk doordat de volledige tekst van de cd is afgedrukt in het tekstboekje.

Leerlingdoelen

Verder worden er aan het begin en aan het eind van de Luisterroute leerlingdoelen geformuleerd. Aan het begin zonder en aan het eind mét voorbeelden uit wat op de cd wordt verteld. Tenslotte staan ook de moeilijke woorden in het taalboek bij de illustratie van het item waarin ze voorkomen. Bij de Luisterroute maak ik gebruik van de Leerkrachtassistent Zin in taal voor het digitale schoolbord. Hiermee kan ik de betekenis van de moeilijke woorden oproepen en door het icoon van het luidsprekertje aan te klikken een onderwerp herhalen.

Vertel- en denkwolkjes

In de afsluitende les spreken/luisteren wisselen de leerlingen van gedachten met elkaar. Dit doen ze naar aanleiding van een informatieve tekst over het thema van de eenheid. In de oude versie gebeurde dit met behulp van ‘de vertel- en denkwolkjes. In de praktijk werd deze les door veel leerkrachten en leerlingen als ingewikkeld en lastig ervaren. De leerlingen bleken het bijvoorbeeld moeilijk en vervelend te vinden hun eigen steekwoorden te verzamelen.

Het is in dit artikel niet mogelijk uitgebreid in te gaan op álle veranderingen in de vijf leerlijnen. Om daaraan enigszins recht te doen zou ik de mij toebedeelde ruimte ver overschrijden. Daarom hierna een beknopte reactie op de leerlijnen woordenschat en woord- en zinsbouw.

Woordenschatboekje

De leerlijn woordenschat werd, ook in de oude versie, door veel leerkrachten als een heel sterk punt van de methode gezien. Dit is in Zin in taal Nieuw nog eens versterkt. Dat komt vooral door allerlei materiële uitbreidingen. Zo is er nu per jaargroep een woordenschatboekje met de betekenis van alle doelwoorden en zijn er woordkaartjes (op kopieerbladen) waarmee de leerlingen de betekenis van de woorden kunnen oefenen.

Computerprogramma

Een heel aantrekkelijke uitbreiding bij deze leerlijn is daarnaast het computerprogramma Woordenschat bij Zin in taal. Bijkomend voordeel is dat de illustraties, woordbetekenissen en woordrelaties van het computerprogramma ook via het digitale schoolbord vertoond en beluisterd kunnen worden. In deze leerlijn zit de verbetering hem vooral in de toegenomen rijkdom van het materiaal.

Onderscheid tussen werk- en taakbladen

Tenslotte de leerlijnen woordbouw en zinsbouw. Wat hier heel goed werkt, vergeleken met de vorige versie, zijn de flexibiliteit en de toepassingsmogelijkheden. Met name tijdens de verwerking. Dit komt onder andere door het onderscheid tussen werk- en taakbladen.

Kortere teksten

Een ander sterk punt van deze leerlijnen in de nieuwe versie is het gebruik van veel kortere teksten. Daardoor is er meer tijd is voor de verwerking. De leerlingen vinden de oefeningen leuk, heb ik gemerkt. Ik denk dat dit ook komt doordat het verhaal als het ware doorloopt in de oefeningen. De verbetering van deze leerlijnen zit hem met name in de toegenomen flexibliteit en de zelfstandige toepassingsmogelijkheden.

Toegankelijker, rijker en flexibeler

Hierbij wil ik het laten. Ik ben mij ervan bewust dat ik Zin in taal Nieuw slechts heel fragmentarisch heb besproken. De conclusies zijn, vind ik, duidelijk: toegankelijker, rijker en flexibeler.
Natuurlijk hoeft u mij, gebruiker én auteur, niet op mijn woord te geloven. In dat geval stel ik u voor om het interview met leerkracht Karin Bax van basisschool De Trumakkers uit Heeze te lezen. Dan hoort u het ook eens van een ander!